The final countdown

Met nog anderhalve dag te gaan zal dit (voorlopig) het laatste berichtje zijn.

Brunei

Wanneer ik van tevoren zei dat ik van plan was om naar Brunei te gaan, of achteraf vertelde dat ik er was geweest, kreeg ik van de meeste mensen dezelfde reactie: “Waar? Brunei?”. Dit is niet zo gek, het land heeft iets meer dan 420.000 inwoners, waarvan de meeste rondom de hoofdstad Bandar Seri Begawan(BSB) wonen. Met een oppervlakte van 5.765 vierkante kilometer is het ongeveer 2,5 keer zo groot als Limburg. Zoals ik in het eerdere bericht al vertelde was er een acht uur durende busreis nodig om er vanuit Kota Kinabalu te komen. De rijtijd was een stukje korter, vooral bij de vier grensposten kon het soms even duren.
Ik verbleef bij een Couchsurfing host. Couchsurfing is een app waarmee je bij mensen thuis “op de bank” kan blijven slapen. Het grote voordeel hiervan is dat het gratis is, en met het schaarse aanbod van vooral dure hotels in BSB was dit toch wel mooi meegenomen. Mijn host was Winnie, een vrolijke vrouw die het niet zo nauw nam met de Islamitische regels in het land. Haar ouders en zij zelf waren allemaal geboren in Brunei, maar doordat haar grootouders van Chinese afkomst waren had ze een zogenaamde “Permanente Bewoner” status. Ze was door de strenge regels voor burgerschap in Brunei dus geen burger en had dus ook geen officieel paspoort. Waarom dit van toepassing is zal ik later nog even op terug komen.
Bij de meeste steden waar ik ben geweest lag de busterminal een stukje buiten de stad en was er een taxi nodig om in de binnenstad te komen. Ik had van tevoren niet echt veel informatie over Brunei, maar ik ging er vanuit dat dit hetzelfde was in BSB. Ik vroeg Winnie wat de makkelijkste en goedkoopste manier was om bij de Burger King in het centrum te komen, de plek waar we hadden afgesproken. Het antwoord was met de watertaxi. Bij aankomst kwam ik er echter achter dat dit een grapje was, niet omdat er geen watertaxi was, maar omdat mijn kaartenapp me vertelde dat de Burger King maar 210 meter van de bus verwijderd was. Vanaf de bus liep ik de hoek om en ik was er. Het stadscentrum bleek (voor mijn gevoel) niet groter te zijn dan dat van Weert, al bestond het wel grotendeels uit hogere kantoorgebouwen. Er waren echter geen echt hoge gebouwen of wolkenkrabbers, en het zag er allemaal niet te modern uit. Voor een land met veel olie zou je dit toch wel verwachten, vooral als je kijkt naar steden als Dubai of Abu Dhabi. Een uitzondering hierop was het 1788 kamers tellende paleis van de sultan. Het antwoord op waarom kreeg ik gedeeltelijk toen Winnie en ik ‘s avonds de zonsondergang gingen bekijken. Ze vertelde me dat ze dus officieel geen burger was van Brunei door het strenge beleid. Dit beleid was er echter omdat het burgerschap in Brunei redelijk grote voordelen met zich mee brengt. Zo kunnen mensen die geen huis kunnen betalen zich inschrijven voor een huis. Dit is echter geen rijtjeshuis of flat zoals mensen in de bijstand in Nederland toegewezen krijgen, maar een ruime woning met garage voor twee auto’s. De wachtrij is ongeveer een jaar en als je eenmaal een huis toegewezen krijgt, kost je dit ongeveer 120 euro per jaar. Aan dit huis mag je zoveel aanpassen en verbouwen als je wil en je mag het zo lang houden als je wil. Als je verhuisd of naar een ouderenwoning gaat moet je het weer inleveren, tenzij je het door kan en wil geven aan een van je kinderen. De huizen in dit stelsel staan echter wel buiten het hoofdstedelijke gebied. Dit omdat het grootste deel van de mensen dus rond de hoofdatad woont en de rest van het land vrij leeg is. Ook  is er in Brunei, maar dit geldt voor iedereen, geen belasting. In tegenstelling tot bijvoorbeel Dubai of de Verenigde Arabische Emiraten, waar rijke mensen veel wolkenkrabbers en mooie gebouwen bouwen maar tegelijkertijd veel armoede is, besteed de overheid van Brunei haar geld dus meer in inwoners van het land. Nadeel is wel dat mensen ala Winnie geen paspoort hebben en het leven voor hun een stuk moeilijker is als ze bijvoorbeeld willen gaan reizen.
Na een poging gedaan te hebben tot het bekijken van de zonsondergang, die door bewolking niet echt te zien was, gingen we huiswaards.
De volgende ochtend ging Winnie naar haar werk en zette ze me weer af in het centrum. Een straat verderop lag een groot veld met een twee kanten een grote tribune. Op het veld was een soort van ceremonie gaande. Het bleek een oefening te zijn van verschillende strijdkrachten voor de ceremonie twee dagen later op de verjaardag van de sultan. Na hier ongeveer een half uurtje te hebben gekeken, vervolgde ik mijn weg. De plek waar ik de eerste dag met de bus werd afgezet lag aan het water. Aan de ene kant de binnenstad, aan de andere kant een brede rivier met het grootste water dorp ter wereld. Met de watertaxi stak ik voor 1 Brunei Dollar de rivier over. Het water dorp was leuk om een keer gezien te hebben, maar niet echt heel bijzonder. Wat wel bijzobder was, was dat je vanaf de pier ook een boot kon huren om verderop in de rivier de apen en krokodillen te gaan bekijken. Het zien van de krokodillen ging echter alleen bij laag water, en daar was het al te laat voor. Verder ben ik nog naar een buitenwijkje gelopen waar ik iets gegeten heb, waarna ik weer terug naar de stad ging.
De tweede avond sliep er ook een Spaans koppel bij Winnie en samen met hun gingen we naar een geheime bar. Brunei is een islamitisch land, en alcohol is dus verboden. De lokale bevolking houdt zich hier vanuit hun godsdienst aan, maar voor mensen als Winnie van andere oorsprong en voor toeristen zijn er een paar plekken waar in het geheim een bar is. We gingen naar een hotel, waar het signaal voor de bar “Hey, we wanna go up” was. De mensen bij de receptie knikte en vervolgens gingen we in de lift. Hier klikte we niet op een knopje, dit werd vanuit de receptie ingesteld omdat de verdieping van de bar geen knopje had in de lift. Het was nog vrij vroeg, dus er waren niet veel mensen. Na een biertje te hebben gedaan zat ook de tweede avond in Brunei erop.
De laatste dag gingen het Spaanse koppel en ik ergens ontbijten. Hier a gingen zij naar het water dorp en ik naar een museum over de sultan. In de souvernirshop kwam ik twee Nederlanders tegen. Ze vertelde dat ze al 10 jaar op reis waren. Ze hadden een boot waarmee ze rond de wereld zeilde, ze gingen alleen terug naar Nederland als er weer een kleinkind aan kwam. Op het moment van spreken lag de boot ergens in een haven vanwege het typhoon seizoen, en waren ze dus even aan het backpacken voor een aantal maandjes. Ze nodigde me uit om een tijdje mee te reizen op de boot, maar helaas had ik al andere plannen gemaakt.
Na het museum ging ik weer terug naar Winnie om mijn tas op het halen en nam ik de bus terug naar het Maleisische stadje Miri.

Kuching

Vanuit Miri nam ik een 14 uur durende busreis naar Kuching. In Kuching was het jaarlijks terugkerende Rainforest Festival. In de bus zaten vooral Maleisische mensen maar ook twee Zwitserse meisjes. Samen met hun nam ik een Uber naar ons hostel. Vanuit hier hebben we de dag gevuld met sightseeing. De dag erna stond het festival op de planning. Het festival was noet enorm groot, maar er was wel genoeg te doen. Het leukste optreden was van een groep Afrikaanse mannen. Het deed me weer ee  beetje denken aan mijn tijd in Tanzania. Later besloten we buiten het festival even een biertje te drinken, iets te eten, en een potje te kaarten. Voordat het potje afgelopen was begon het echter flink te regenen en gingen we bij een winkeltje onder het afdak zitten. Toevallig zat hier ook de Afrikaanse band een frietje te eten dus raakte we met hun aan de praat. Voor de laatste twee artiesten gingen we terug het festivalterrein op, maar door de harde regen zijn we niet heel lang meer gebleven.
 
De dag na het festival vloog ik weer terug naar Kota Kinabalu om vanuit daar mijn vlucht naar Tehran te nemen. ‘S avonds verbleef ik in een hosteltje waar ik in een kamer zat met drie andere Nederlanders. Samen gingen we een potje kaarten onder het genot van een fles lokale vanille vodka. Iedereen deelde zijn verhaal en zijn verdere plannen, en toen we het over Iran hadden kwamen er meer bijzondere verhalen aan het licht. Zo ook een verhaal over twee Nederlanders die al 10 jaar met een boot aan het reizen waren. Alle vier reisde we alleen, maar drie van ons waren het stel dus tegen gekomen in verschillende landen. Na een gezellige avond gingen we nog even de straat op voor een drankje, maar alles was gesloten, dus gingen we slapen.

Iran

Toen was het ineens eindelijk zo ver. Iran  stond op de planning. Het land waar ik van alle mensen die ik erover sprak maar twee soorten reacties kreeg. De eerste groep die er nooit was geweest en vroeg wat ik er in hemelsnaam ging doen en of dat niet heel gevaarlijk was, en de tweede verrassend grote groep die er geweest was en het veschreef als een van hun beste reizen tot nu toe. Inmiddels kan ik me ook zeker tot deze tweede groep voegen. Waarom? Twee redenen: ten eerste is het land zelf enorm mooi en divers is. ‘S winters kan je er in het noorden skiën, in de zomer kunnen de temperaturen op de zuiderlijke eilanden oplopen tot 50 graden. Ten tweede bestaat de bevolking uit de meest gastvriendelijke mensen die ik tot nu toe ergens ben tegen gekomen. Ze zijn (nog) geen westerse toeristen gewend, dus iedereen behandeld je als een koning.

Tehran

Tijdens de vlucht vanuit Kuala Lumpur naar Tehran zat ik helemaal vooraan en dus ook dicht bij de toiletten. Een man wilde net naar de wc gaan, maar door turbulentie kwam hij even naast me zitten. We raakte in gesprek en we bespraken mijn plannen. De geplande aankomsttijd was 23:40 en mijn plan was om de eerste nacht op het vliegveld te slapen, omdat het verkrijgen van een visum on arrival even kon duren. Dit vond de man, Mahdi, onacceptabel en hij bood me aan om te helpen met het proces en daarna bij hem te slapen. Eenmaal aangekomen stond zijn broer al buiten, maar die kon nog wel even wachten. In de rij voor het visum raakte we in gesprek met drie Chinese meisjes een Chinese jongen en een Australische jongen. Ook zij hadden hetzelfde plan als mij maar Mahdi bood ook hun aan om te blijven slapen. Het totale aantal mensen paste inmiddels niet meer in de auto van zijn broer, dus om 2 uur ‘s nachts werd nog even een vriend uit bed gebeld om ons op te halen. Na het verkrijgen van het visum en een ongeveer 45 minuten durende rit naar het huis van Mahdi liepen we rond 3 uur binnen. Erg laat dus maar het hele gezin kwam even gedag zeggen en moeder ging meteen de keuken in om eten voor ons te maken. Na anderhalf uur te hebben gepraat gingen we naar boven om te gaan slapen. De volgende dag werden we laat wakker, maar dit was geen probleem in verband met het weer. In de zomer zijn de meeste winkels tussen 12 en 6 ‘s middags gesloten omdat de temperaturen zeer hoog kunnen oplopen. De meeste dagen dat ik in Iran was, was het ‘s middags tussen de 35 en 39 graden. Toen we opstonden stond er weer een enorm ontbijt te wachten. Ook gedurende de dag kwamen ze aanzetten met veel fruit en thee. ‘S avonds kwamen er andere familieleden op bezoek om ons te begroeten en gingen we samen met de hele familie een wandeling maken door de stad, waarna er weer een grote maaltijd gemaakt werd voor ons.
De dag erna was ongeveer hetzelfde verhaal al gingen we ‘s avonds zwemmen en barbequen bij een paar vrienden. Het huis van Mahdi en zijn familie stond in een stadje buiten Tehran dus de volgende dag vertrokken we naar de grote stad. De taxichauffeur stopte bij het binnen rijden van de stad even bij een van de bekendste plaatsen van Tehran. Ik ben de naam even vergeten maar het was een grote toren met twee poten(zie foto). ‘S avonds verbleef ik bij couchsurfing host Samin en haar vrienden. Samen maakte ze traditionele Iraanse muziek.

Isfahan

Na een gezellige avond vertrok in de dag erna richting Isfahan. Een man bood me op Couchsurfing aan mee te rijden vanuit Tehran. Het bleek een mooi busje te zijn waarmee hij dure priveritten deed, maar omdat hij alleen passagiers had voor Isfahan-Tehran en op de terugweg dus leeg was, mocht ik gratis mee en de rest met korting. In Isfahan verbleven we twee nachten in een hostel en hebben we de meeste toeristische trekpleisters van de stad gezien. Het meest indrukwekkende was een groot open veld naast de bazaar met een grote moskee en twee andere mooie gebouwen. Ook hebben we een dagje doorgebracht met een lokale tourguide die een van de Chinese meisjes kende.

Shiraz

In Shiraz verbleven we wederom in een hostel. Vanuit hier gingen we de eerste avond naar de Hafez Tomb, een parkje met in het midden een rond gebouwtje, waar veel mensen foto’s bij stonden te maken. Één ding dat ik tijdens mijn tijd hier trouwens ook geleerd heb: Iraanse mensen zijn wat betreft foto’s maken nog erger dan de Chinezen. Bij het verlaten van deze Hafez Tomb spraken twee mensen ons aan. Het waren Alireza en Shima. Ze boden ons aan om meerdere dingen van de stad te zien dus samen gingen we even rondrijden. Aan het einde nodigde ze ons uit om de volgende dag, als Alireza terug kwam van werk, bij hun te komen eten. Hier gingen we natuurlijk op in, maar sinds het werk pas om 5 uur klaar was gingen we ‘s ochtends naar Persepolis. Dé ruïnes van Iran. Zoals gebruikelijk werden ons vanuit het station vele taxi’s aangeboden, maar we lazen in de Lonely Planet dat vervoer per bus het goedkoopste was. Helaas was dit geen bus met airco, maar een antieke Mercedes bus volgepropt met locals. Het busje ging niet helemaal naar Persepolis, maar naar Marvdasht, de stad waar het complex net buiten lag.
Persepolis was echter open lucht, en sinds mijn aankomst in Iran had ik nog geen wolkje aan de blauwe lucht gezien. Het was ook nog eens een van de heetste dagen die ik heb gehad. Even zweten dus.
Na Persepolis namen we even een dutje en werden we opgehaald door Alireza. Na een lekker dinner was het weer tijd om naar huis te gaan.

Yazd

De volgende avond vertrokken we met de bus naar Yazd. Een stadje in de woestijn dat vooral bestaat uit huizen van steen, maar glad gestreken met een soort modder. De historische binnenstad bestond uit een doolhof van kleine straatjes en tunneltjes. Na aankomst sliepen we nog een paar uurtjes, waarna we richting een Indiaas restaurant liepen. Dit restaurant hebben we echter nooit bereikt omdat onderweg iemand ons aanbood de zonsondergang in de woestijn te gaan bekijken. Hier konden we natuurlijk geen nee tegen zeggen en we sprongen in de Jeep richting de woestijn. Op de heen en terugweg crosste we nog even door de duinenen onze avond was weer compleet. In yazd verbleven we maar 1 nacht. De laatste dag hebben we nog een aantal historische plekken bezocht, waarna we de trein terug naar Tehran hebben genomen. Vanuit deze trein schrijf ik dit bericht. Eenmaal aangekomen in Tehran zal ik de dag nog vullen bij eerder gemaakte vrienden, waarna ik in de avond naar het vliegveld zal gaan om de volgende ochtend huiswaards te vliegen.
Ik hoop jullie met de samenvattende berichten op deze blog een goede impressie te hebben gegeven van mijn reis. Bedankt voor het lezen en op naar de volgende!

School 없어요, reizen 있어요

Genoeg school, nu lekker reizen en ontspannen. Ok eerst nog een klein detail dan: alle vakken gehaald dus weer een semester succesvol afgesloten.

Siargao

Nu dan toch echt geen school meer aan mijn hoofd. Eerste bestemming: Filipijnen. Vanaf Seoul ben ik samen met een huisgenootje, Sophie, eerst naar de stad Cebu gevlogen. Na een nachtje op het vliegveld ging ‘s ochtends onze aansluitende vlucht naar het eilandje Siargao. Deze laatste vlucht duurde maar een uurtje dus we waren al vroeg op de plaats van bestemming. Siargao staat vooral bekend om Cloud 9, een van de bekendste surfspots ter wereld. Dit was ook de voornaamste reden voor ons om naar Siargao af te reizen. Omdat we beide (buiten peddleboarden) nog nooit op een surfplank hadden gestaan namen we lessen. Mijn instructeur was Eloy, Sophie kreeg les van Jhong. Omdat het ‘s morgens low tide was, gingen we in de ochtend peddleboarden in mangroves in de buurt. Volgens Eloy en Jhong “to search for the big crocodile”. Voor onze eerste les oefende we enkele keren het opstaan op een surfplank. Dit ging meteen vrij soepel dus ‘s middags achter op de motor naar Cloud 9. De eerste sessie duurde iets minder dan twee uur, maar het lukte al meteen vrij goed: twee keer de hele golf kunnen pakken in de eerste les. De volgende dagen hadden we 1 of 2 lessen per dag. Ondanks wat spierpijn in mijn schouders en pijnlijke voeten van het over de rotsen naar de golven lopen ging het steeds beter. Op de dagen dat er maar 1 les mogelijk was doordat het water laag stond hadden we andere activiteiten zoals het peddleboarden of Rockpool, een natuurlijk zwembad dat bij laag water door rotsen gescheiden is van de zee.
Het eerder genoemde vervoersmiddel, de motor, is het voornaamste middel voor Filipijnen om van A naar B te komen. Niemand heeft een auto, iedereen heeft een motor of een tricycle. Deze tricycles zijn ook gewoon normale motors, maar dan met een zijspan en een kooi eraan gelast zodat ze voor taxi kunnen spelen. Dat het gewone motors zijn is wel te merken als je een van de vele heuvels of bergen op rijdt. In plaats van het gewicht van de motor zelf en de bestuurder, moeten nu ook de maximaal 4 extra personen en het gewicht van de zijspan en kooi mee omhoog. Het resultaat hiervan is dus meestal in de eerste versnelling met de toerenteller in het rood heel langzaam omhoog.
 

Palawan

Voor langere afstanden zijn er ook “8 persoons” busjes. In Nederland zou je hier niet meer dan 8 passagiers mee mogen vervoeren, maar daar doen ze in de Filipijnen natuurlijk niet aan. In het busje zitten maximaal 15 krappe stoelen, maar omdat busjes onderweg ook vaak stoppen om extra mensen mee te nemen zitten er regelnatig meer mensen in het busje. Zo ook op de terugweg vanaf Port Barton naar Puerto Princesca. Ik was redelijk laat, dus ik was de laatste die via de achterklep in het busje moest klimmen. Onderweg stappen lokale mensen in en uit bij huisjes die in de middle of nowhere lijken te staan. Na een half uurtje was het busje half leeg en ging ik op een andere stoel zitten die wat ruimer was. Maar goed ook want daarna kwamen er weer meer mensen bij. Op een bepaald moment dacht ik dat het busje vol zat: alle stoelen bezet en de achterste twee stoelen werden gedeeld door 4 kinderen. Toch stopte we weer voor meer mensen. Dit keer kwamen er twee bij. Het “personeel” van het busje bestaat uit de chauffeur en een extra persoon die de deur opent voor nieuwe mensen en betalingen aanneemt. Een van de twee vrouwen perste zichzelf nog ergens tussen, de andere ging oo de plaats van het tweede mannetje van het busje zitten. Deze man zelf ging op het dak. Na een aantal minuten begon het echter te regenen, dus de man kwam weer van het dak en ging tussen de deur en de chauffeur zitten. De chauffeur zat dus half op zijn schoot, even full asian style dus.
Maar goed, dit was de laatste dag in Palawan, eerst nog even over de rest. Ons plan was om naar El Nido te gaan. Hiervoor hadden we twee opties: vanaf Cebu direct naar El Nido vliegen, maar dit enkeltje was 100 euro omdat er maar 1 maatschappij vliegt die ook de eigenaar is van het vliegveld. De tweede optie is de meest gekozen optie: voor 20 euro naar Puerto Princesca vliegen en dan voor 8 euro in een van de eerder genoemde busjes een rit van 6 uur door de bergen naar El Nido. Wij gingen ook voor deze laatste optie. Ik boekte mijn vlucht echter een dag eerder dan Sophie, en toen zij boekte was de aansluitende vlucht volgeboekt, dus ze moest een latere nemen. Hierdoor was ik 4 uur eerder in Puerto, dus ik had de stad al een beetje verkend. We verbleven 1 nacht en de volgende dag ‘s ochtends het busje naar El Nido. Toen we in El Nido na een kort ritje met de tricycle vanaf het busstation naar het centrum waren gereden uitstapte, hoorde ik iemand “Mike” roepen. Het bleek Annabel te zijn, een van de Nederlanders die in Korea een straat verderop woonde en waarmee ik ook Koreaanse les had. Omdat we nog geen hostel/hotel geboekt hadden liepen we met haar mee en boekte we hetzelfde. Ze reisde samen met een Franse huisgenoot en een Nederlandse vriendin die in Hong Kong had gestudeerd. Samen aten we samen een vers geviste vis en dronken we een paar rum-cola. Lokale rum kost in de Filipijnen trouwens maar €1,80 per fles van 700ml. In bars was dit dus ook meestal net zo duur of goedkoper dan een biertje.
De volgende dag gingen we naar het Las Cabanjas strand. Dit werd ons aangeraden omdat je vanaf dit strand goed uitzicht had over de paars-rode zonsondergang. Bij ons wat het echter bewolkt dus van deze zonsondergang hebben we niet veel gezien. In de dagen daarna ben ik gaan duiken en hebben we een island hopping tour gedaan. Deze duiklocaties zijn de mooiste waar ik tot nu toe ben geweest, veel vissen en veel kleurrijk koraal. De hoogtepunten waren grote scholen vissen, een redelijk grote octopus en twee grote schildpadden. Ook tijdens de tour de dag erna konden we tijdens het snorkelen veel vissen en koraal zien.
Op 5 juli gingen Sophie en ik zoals gepland beide onze eigen weg. Zij vloog later op de dag naar Manila en vanuit daar naar Cambodja, ik nam ‘s ochtends het busje naar Port Barton voor nog een paar dagen Filipijnen. Port Barton is een heel klein, super ontoeristisch, dorpje op 4 uur rijden van El Nido. In het dorpje was het niet de vraag “hebben jullie wifi?” maar “hebben jullie electriciteit?”. In de 3 dagen dat ik er was het ik in het dorpje zelf 5 of 6 buitenlanders gezien. Ik reisde samen met Sheena, een Filipijns meisje die ik had leren kennen in een koffietentje in de 4 uur dat ik eerder dan Sophie in Puerto was. Een van de handigste dingen aan reizen met een Filipijn in de Filipijnen is dat het meteen een stuk goedkoper wordt. Zij had een paar vrienden in Port Barton die een hosteltje runde. Hier konden we voor omgerekend ongeveer €2,50 per nacht verblijven. Ook hier heb ik een Island hopping tour gedaan, deeze vrienden van Sheena hadden een eigen boot waarmrr ze dagelijks tours organiseerde. Eerst zagen we tijdens het snorkelen weer twee grote schildpadden waarna we een half uurtje op het midden van de zee moesten wachten voordat de zware regenbui voorbij was. Hierna gingen we naar Starfish Island en zoals de naam al zegt lagen hier heel veel ster vissen in het ondiepe water.
Vanaf Port Barton weer in het busje naar Puerto. Hier heb ik nog 1 nacht geslapen voordat ik naar Manila vloog om mijn vlucht naar Borneo te nemen. Sheena was ook zangeres en ze moest die avond optreden, dus daar heb ik met nog een paar andere gemaakte vrienden een drankje gedaan. De dag erna in Manila hrb ik niet zoveel gedaan. Ik kwam een reiziger tegen die ik al eerder gezien had, dus samen hebben we iets gegeten en een paar drankjes gedaan.

Borneo

Eenmaal aangekomen op Kota Kinabalu Airport in Borneo had ik eigenlijk geen idee wat ik wilde doen. Ik had voor de Filipijnen en Iran wat research gedaan en met mensen over plannen gesproken. Borneo is echter een stop die ik heb toegevoegd omdat vluchten goedkoper waren tussen Manila en Teheran als ik via hier vloog. Zonder ook maar een enkel idee wat ik wilde doen heb ik eerst op het vliegveld wat research gedaan, maar ik kwam niet echt verder dus boekte ik een hosteltje en nam een Uber in de hoop hier mensen tegen te komen die me meer konden vertellen. Ik had immers 8 dagen te vullen en het enige twee ideeën die ik eigenlijk had waren duiken in Sipadang en Mount Kniabalu beklimmen. Sipadang staat in de top 10 duikspots ter wereld maar hierdoor was het ook meteen heel duur. Verder wilde ik dus Mount Kniabalu beklimmen. Dit is met ruim 4000 meter de op een na hoogste berg in Zuid-Oost Azië, maar ook dit bleek indien ik helemaal naar de top wilde toch net iets te duur.
Het plan voor het hostel slaagde: de eerste avond heb ik lang met een Engelse vrouw en een Zwitserse man gepraat. De zwitser was al een jaar aan het reizen met als enige reisgenoot zijn motor. Hij was vanaf Basel vertrokken en was eerst door Europa, via Iran en Dubai naar Azië gereden. Zijn plan was om de wereld rond te rijden. Na Azië ging hij waarschijnlijk naar Australië en Nieuw Zeeland, en daarna via Zuid Amerika omhoog naar Noord Amerika of andersom, en dan vanaf daar misschien nog naar Afrika om uiteindelijk weer terug te rijden naar Zwitserland. Nu is mijn plan helaas niet zo ambitieus als dat, maar nadat de dag erna zijn motor met de boot aankwam vanaf het vaste land van Maleisië, ging hij samen met de Engelse vrouw naar het Rainforest World Music Festival in Kuching in het westen van Borneo. Ik besloot hier ook naartoe te gaan, maar een iets andere weg te nemen. Op het moment van schrijven zit ik in de bus vanaf Kota Kinabalu naar het kleine oliestaatje Brunei Darussalam. Tijdens deze 8 uur durende busrit verzamel je 8 stempels in je paspoort. Dit komt doordat Brunei uit twee delen bestaat en je op de kortste route naar de hoofdstad eerst van provincie wisselt in Maleisië, daarna Brunei in gaat, Maleisië weer in gaat en daarna nog een keer Brunei in gaat. Bij elk van deze checkpoints krijg je een stempel voor het verlaten van het eerste land/staat en een voor het ingaan van de andere. Na 2 nachten in Brunei zal ik de bus naar Kuching nemen, om daar na twee dagen festival weer terug te vliegen naar Kota Kinabalu. Vanaf daar vlieg ik 18 juli vervolgens via Kuala Lumpur naar Teheran.
Ohja, gisteren, de tweede nacht in het hostel in Kota Kinabalu, leerde ik ook nog 3 broers uit Algerije kennen die op jonge leeftijd naar Zweden waren verhuisd. Een van hen was helemaal lyrisch over een Nederlandse film die hij had gezien. Hij vertelde zijn broers erover, vooral door vaak te proberen de woorden “kut” en “mongool” uit te spreken. Het ging dus natuurlijk over New Kids. Hij nodigde ons uit om hem samen nog een keer te kijken, hij vond dit immers toch wel een hele mooie film, maar door tijdgebrek is het hier niet meer toe gekomen.
Voor nu weer even genoeg leesplezier dacht ik zo dus tot het volgende bericht!

Zon, zee, strand en de laatste loodjes

  1. Inmiddels al weer een tijdje geleden, maar hier is dan toch eindelijk weer een nieuw bericht! Het grootste deel van dit bericht heb ik geschreven op mijn telefoon op Cebu Lapu Lapu Airport op de Filipijnen, dus vandaar het gebrekkige aantal foto’s.

Okinawa

Na Hong Kong en Macau kon ik natuurlijk niet wachten op mijn volgende tripje. Ditmaal was de bestemming het Japanse eilandje Okinawa.

Op donderdag vloog ik na mijn les samen met een Mexicaans huisgenootje richting Japan. Eenmaal aangekomen kwamen we niet in de hoofd terminal aan, maar in de zogenaamde LCCT, kort voor Low Cost Carrier Terminal, wat staat voor de terminal voor de goedkope maatschappijen. Nu heb ik tijdens reizen al aardig wat van deze LCCT’s gezien, maar deze spande toch wel de kroon als het gaat om goedkoop. Vanuit het vliegtuig werden we niet met een bus opgehaald, maar moesten we zelf een heel eindje lopen, waarna we door een grote stalen deur in een soort van kale loods terecht kwamen. In de eerste ruimte van de loods stond de immigration dienst. Eennaal daar doorheen kwamen we in de baggage claim ruimte. Normaal verwacht je hier een band met koffers. Deze ruimte was echter vrij leeg, op twee deuren na. De deur rechtdoor was de uitgang, de deur links werd af en toe een koffertje doorheen geduwd. Nu waren wij lichte reizigers en hadden we alleen handbagage, dus we konden doorlopen. Eenmaal bij de uitgang van het gebouw kwamen we op een klein binnenplaatsje tussen verschillende loodsen. Vanuit deze binnenplaats werden we met een bus van de LCCT naar de hoofdterminal gebracht. Eenmaal rijdende zagen we dat we op het vracht gedeelte van het vliegveld zaten en de terminal dus een leegstaande cargo loods was.

Genoeg over vliegvelden, dus nu het eiland zelf. De eerste dag kwam ik best laat aan dus ben ik, samen met de andere 4 die een dag eerder vertrokken waren, na een groot aantal heerlijke bordjes sushi nog even een drankje gaan doen. De tweede dag hebben we een auto gehuurd en het zuidelijke deel van het eiland bekeken. In Japan rijden ze aan de andere kant van de weg dus dit was wel even wennen. Het hoogtepunt van de dag was een lang grottenstelsel waar ook een klein riviertje in stroomde.

De derde dag verlieten we de grootste stad van het eiland, Naha. Vanuit de stad waren er twee opties: de expressway, of de normale snelweg. We kozen voor de normale “snel”weg omdat deze langs de kust liep. Snel staat niet voor niks tussen aanhalingstekens, de maximumsnelheid was maximaal 60, met op de meeste stukken 50 of zelfs 40. Hierdoor duurde het geplande ritje ruim anderhalf uur in plaats van de geplande 45 minuten. Dit was echter totaal geen probleem vanwege de waanzinnige bergachtige natuur van het eiland. De eerste stop: Zanpa Beach.

 

Na een uurtje op het strand te liggen bakken heb ik met een huisgenootje besloten dat we wilde duiken. Uiteindelijk hebben we twee dives gedaan waarvan een in een onderwater grot. Uiteindelijk zijn we ‘s avonds door gereden naar een ander stadje om iets te eten, en vervolgens naar onze slaapplek. De gekozen slaapplek was een huisje op de berg in de middle of nowhere. We kwamen pas om 23:00 aan, en bij aankomst troffen we een waar spookdorp aan. De accomodatie bestond uit een groot hoofdgebouw, een aantal tuinhuisjes op palen en een schuurtje. Er stond een barbeque die nog warm was, de tafels stonden vol met troep alsof er net iemand gegeten had en er stonden een aantal auto’s. Het enige wat miste waren mensen. Na een kwartier gezocht te hebben, konden we geen enkel persoon vinden, behalve een oude Japanse vrouw die geen Engels sprak en net naar bed ging. Na het nummer te hebben gebeld dat in de bevestigibgsmail stond kwam er na een kwartier een taxi aanrijden. Hierin zat de beheerder van de accommodatie die al een aantal uurtjes geleden vertrokken was. De dag erna ‘s morgens kwamen we buiten en was de oude vrouw met twee andere oude mensen alles op aan het ruimen. Deze drie bejaarden hadden dus de dag ervoor een heftige barbeque gehad. Na het in daglicht nader bekijken van het terrein bleek het de perfecte locatie te zijn voor het volgende familieweekendje: mooie natuur midden in de bergen om te wandelen, ruime binnenplaats voor het zeskamp, verschillende huisjes om in te slapen, en een groot gebouw met keuken en grote ruimte om ‘s avonds spelletjes te spelen.

De derde dag was het plan om met een omweg door de bergen terug te rijden naar Naha. We wilde zo dicht mogelijk bij de bergtop blijven om zo hoog mogelijk te komen. Op de mobiele kaart stond het perfecte weggetje aangegeven. Toen we hier in draaide was het redelijk smal, maar begaanbaar. Het weggetje werd echter steeds smaller en smaller, na een kilometer veranderde het asfalt in zand, en weer een kilometer later veranderde het zand in gras. Uiteindelijk kwamen we bij een trap uit, dus we konden niet meer verder. Het was een beetje vochtige ondergrond, dus na de eerste keer terug steken bewoog de auto ineens niet meer. Vast gereden, in de middle of nowhere, op een weggetje dat waarschijnlijk al een heel tijdje geen auto meer gezien had. En daar stonden wij dan, met twee auto’s die geen kant op konden. Na met een aantal grote bladeren onder de wielen geprobeerd te hebben vonden we in de modder een vieze automat. Iemand had dua waarschijnlijk al eens hetzelfde probleem gehad. Hiermee lukte het wel en konden we weer verder. Dit alles staat op camera, maar de filmpjes kan ik vanaf mijn telefoon niet uploaden nu, dus die laat ik in Nederland wel een keer zien.

De laatste volledige dag heb ik het eiland Tokashiki bezocht. Hier was het zeewater glashelder en dicht bij het strand zwommen veel vissen tussen het koraal. Ook ben ik hier met een peddleboard over het water gegaan.

 

 

De laatste loodjes

Inmiddels ben ik al op de Filipijnen, maar de laatste weken in Seoul zijn pap, mam en Amy nog even langs geweest. Hiermee heb ik o.a. de DMZ tussen Noord- en Zuid-Korea bezocht. Verder heb ik nog veel afscheid genomen van vrienden en huisgenootjes.

Dit is het definitieve reisschema voor de rest van mijn reis:

21 juni – 10 juli Filipijnen

10 – 18 juli Maleisisch Borneo en Brunei

18 – 30 juli Iran

30 juli 10:55 Düsseldorf

Hong Kong, Macau en meer

Omdat ik toch bezig was met het bijwerken van het vorige artikel zal ik meteen maar even het volgende schrijven. In de afgelopen week heb ik samen met een van mijn Mexicaanse huisgenootjes, Andrea, en Nederlandse huisgenootje, Maaike, Hong Kong en Macau bezocht. We vlogen eerst naar Hong Kong en verbleven daar twee en een halve dag. Daarna hebben we de ferry genomen naar Macau, waar we na anderhalve dag weer terug naar Seoul vlogen.

Hong Kong

Onze vlucht kwam om 7 uur ‘s ochtends aan in Hong Kong, waardoor we dus nog de hele dag hadden om dingen te doen. Voordat we ergens naartoe gingen, gingen we eerst naar het hotel om onze spullen alvast achter te laten. Het metroritje van het vliegveld naar de stop die we nodig hadden was een half uurtje en eenmaal aangekomen bij de toren waarin ons hotel zat kwamen we in een soort little India terecht. Tussen de deur en de lift waar we moesten zijn werden ons door minimaal tien Indiaas uitziende mannen horloges, handtassen en maatpakken aangeboden. Ook waren er overal kraampjes met Indiaas eten, die we door de velletjes op elke bak met vlees in saus ook maar vriendelijk bedankte.

De eerste toeristische trekpleister die we wilde bezoeken was de Tian Tan Buddha, het grootste boeddha beeld ter wereld. Dit beeld bevond zich op de top van een berg op het eiland Lantau. Om bij dit beeld te komen konden we een bus of een soort skilift pakken. De skilift was helaas een paar maanden gesloten vanwege onderhoud, maar bij het station stonden een paar mensen bustours aan te bieden die het hele eiland Lantau lieten zien. Ook zat een boottochtje bij de prijs inbegrepen. Wat bij het boottochtje vooral opviel was dat de huisjes niet aan de zijkant van de rivier stonden, maar op palen boven het water. Na de boottocht en een aantal andere locaties die we met
de bus bezochten kwamen we als laatste aan bij het grote boeddha beeld. Het beeld was vanuit de omgeving goed te zien. Om er te komen moesten we vanaf de parkeerplaats voor de bus een pleintje met souvenir kraampjes oversteken, en een aantal trappen op. Rondom het beeld stonden nog een aantal andere boeddha beelden en onder aan de trap was nog een klooster.
‘S avonds hebben we een wijntje gedaan op een terrasje met uitzicht over de skyline van Hong Kong. Vooral deze skyline maakt deze stad zo mooi. Om 8 uur was er een lichtshow waar de meeste wolkenkrabbers aan mee deden. Met geluid, licht en lasers werd er een mooie show neer gezet. De tweede dag zijn we met de tram naar de top van de Victoria Peak gegaan, waar van de top van het observation deck ook de hele stad te zien was.

 

Verder hebben we de tweede dag ook nog de 10.000 boeddha’s tempel bezocht. Deze locatie had ik een aantal jaar geleden al eens eerder gezien in een uitzending van het programma Wie is de mol, waardoor het leuk was om deze locatie met eigen ogen te zien. Verspreid over een pad naar boven en in een aantal gebouwen stonden, zoals je zelf wel kan raden, 10.000 boeddha beelden, elk in een andere houding of met een andere gezichtsuitdrukking. Ook liepen overal kleine aapjes rond.

 

Als lunch hebben we gegeten in een restaurant met een Michelin ster. Het restaurent Tim Ho Wan serveert Dim Sum en heeft vijf locaties in Hong Kong, waarvan drie een Michelin ster hebben. Dim Sum zijn kleine gestoomde of gefrituurde hapjes, een traditioneel gerecht uit de zuid Chinese keuken. Het eten is goed, maar toch goedkoop. Dit is te merken aan de wachtrij: tijdens de drukste uren kan er een wachtrij staan van drie uur voor het restaurant. Gelukkig kwamen wij buiten deze uren en waren we dus zo aan de beurt. Onderstaande foto is de helft van onze bestelling, die ons uiteindelijk ongeveer 10 euro per persoon heeft gekost.

Macau

Op de derde dag hebben we de ferry naar Macau genomen. Deze stad staat bekend als het Las Vegas van China. Net als Hong Kong was het vroeger een kolonie. Hong Kong was een kolonie van Engeland wat terug te zien was aan het feit dat alle bordjes overal buiten het Chinees ook in het Engels waren, en straatnamen als Bakerstreet. Macau was vroeger een kolonie van Portugal en dit is goed te zien. de stad heeft buiten veel Portugese restaurantjes, ook heel veel gebouwen met een Europese/Portugese bouwstijl. Net als Hong Kong is Macau officieel onderdeel van China, maar heeft het zijn eigen bestuur. Macau is de enige staat van China waar gokken legaal is, waardoor het kleine stadje vol staat met grote hotels en casino’s. Ook wij hebben een gokje gewaagd, maar helaas kwamen Maaike en ik op verlies uit. Andrea had een winst van 170 Hong Kongse Dollar(iets meer dan 20 euro).

Buiten de casino’s en een paar tempels is er niet veel bijzonders te beleven in Macau. Dit geldt echter niet voor de Macau Tower, een 338 meter hoge toren die net als de CN Tower in Canada een rond draaiend restaurant huisvest. Ook is er een café en een vestiging van het bedrijf A.J. Hackett. Dit bedrijf heeft wereldwijd zes vestigingen met elk hun eigen activiteiten. Al snel was de beslissing gemaakt om de zogenaamde skywalk te doen. Op 233 meter hoogte is een rond soort van loop oppervlak buiten de toren. Hier kan je een rondje om de toren maken (zie foto). Na deze ervaring was ik klaar voor de meest uitdagende activiteit die ze aanboden: de hoogste bungee jump ter wereld! Onderstaand een filmpje hiervan.

En meer…

Inmiddels staat mijn plan voor na het semester ook gedeeltelijk vast. Op 21 juni, de dag dat mijn semester eindigt, vlieg ik ‘s avonds met een huisgenootje naar het Filipijnse eilandje Siargao, waar we samen twee weken lang gaan duiken en leren surfen. Daarna ga ik nog anderhalf/twee weken door de rest van de Filipijnen reizen. Het plan voor daarna staat nog niet helemaal vast. Ik twijfel nog tussen twee opties: een paar dagen naar Tokyo en dan mijn originele terugvlucht vanuit Seoul, of vanuit Manilla anderhalve week naar Teheran om die stad en de omgeving te bezichtigen, waarna ik vanuit daar terug naar Amsterdam zal vliegen. Dit duurt echter nog een tijdje dus ik heb nog genoeg tijd om hier een keuze in te maken.

Voor nu fijne moederdag en tot het volgende bericht!

Marathon en Jeju

Na een drukke periode eindelijk even tijd om het beloofde berichtje over de Cherry Blossom Marathon in Gyeongju, en mijn bezoek aan Jeju eiland.

Gyeongju Cherry Blossom Marathon

Ongeveer een maand van tevoren kwam een huisgenootje met het idee om mee te doen aan de Cherry Blossom Marathon in het stadje Gyeongju in het zuiden van Korea. Omdat ik al een tijdje zo af en toe ‘s avonds een stukje ga hardlopen, en omdat ik mezelf wilde uitdagen was de keuze al snel gemaakt om mee te doen. De volgende keuze was de afstand met als opties de hele marathon(42km), halve marathon(21km), 10km of 5km. De uiteindelijke keuze werd 10km. De meeste trainingen deed ik tussen lessen door waardoor ik nooit echt tijd had om de hele 10km te doen. Het resultaat van de laatste training was 7,59km in 36:01. Mijn persoonlijke doel voor de wedstrijd was om onder de 50 minuten te blijven.

Na een aantal weekjes trainen was het eindelijk zo ver om de bus richting Gyeongju te nemen. Eenmaal aangekomen richting het hostel gegaan en daar onze bagage achter gelaten. Omdat we op vrijdag al vertrokken, en de marathon zaterdag was, hadden we een dagje om de stad te verkennen. Iets wat meteen opviel na aankomst was het landschap. Natuurlijke bergen werden afgewisseld met “neppe” heuvels. Ook heb ik onder andere een bezoek gebracht aan een het grootste tempelcomplex van de regio.

 

 

Na een dagje sightseeing was de tijd dan toch eindelijk aangebroken om die 10km van de marathon te gaan rennen. Het weer was matig, met veel bewolking en hier en daar een regenbui. De ramen van de bus besloegen continu, dus rondkijken zat er ook niet echt in. Na de start van de hele en halve marathon was die groep voor de 10km aan de beurt. Op hier en daar wat regen na was het vrij droog. Het uiteindelijke resultaat: 44:41!

Jeju island

Twee dagen na de marathon kwam Jaap aan in Seoul. ‘S avonds een speciaal biertje gedaan in een barretje en daarna lekker op tijd gaan slapen. De volgende dag stond namelijk onze vlucht naar Jeju eiland gepland. Jeju is een klein eiland ten zuiden van Korea. Op het eiland is veel te beleven, echter zijn veel van deze activiteiten buiten en dus op hun best in zonnig weer. Dit was bij ons niet het geval, op de laatste dag na was het vooral regenachtig. Het eiland heeft één grote stad en een aantal kleine dorpjes. Wij verbleven in de grote stad, het openbaar vervoer is goed geregeld in heel Korea dus we konden makkelijk alle plekken bereiken.

Een van deze plekken was Mount Hallasan, een vulkanische berg in het oosten van het eiland met een hoogte van 1950 meter. We wilde deze berg beklimmen dus de eerste dag de bus genomen naar het informatie center onder aan de berg.  Van tevoren nog even een regenpak, water en wat snacks ingeslagen. Eenmaal aangekomen werd echter aangegeven dat, om de echte top te bereiken, we voor 13:00 in het base camp moesten zijn omdat na die tijd de toegang tot dit laatste deel sluit. Dit base camp was vanaf het informatie centrum drie uur lopen, en het was al 11:30 dus besloten we de hike te verzetten naar de volgende dag. Toen dus de bus weer terug gepakt naar de stad en een andere genomen naar een andere trekpleister: de lava grotten. De bus ging niet helemaal tot de ingang, dus vanaf de bushalte was het nog een half uurtje door de regen lopen. Toen we echter bij de bushalte de hoek om waren stopte er een auto waarin een aardige man ons een lift aanbood naar de ingang. Na een kort ritje kwamen we aan bij de grotten, maar deze bleken elke eerste dinsdag van de maand gesloten. Dubbel pech dus. De man die ons had afgezet sprak nauwelijks Engels, maar met handen en voeten taal maakte hij ons duidelijk dat hij iets anders wist. Weer een kort ritje verder stonden we voor de ingang van een klein park. Hier hebben we een tijdje rond gelopen waarna we in een van de vele koffietentjes een drankje gedaan hebben. In het hostel maakte we plannen voor de volgende dag, en omdat we dus vroeg op moesten staan voor de hike gingen we vroeg slapen.

De volgende dag ging om 7 uur de wekker. Na een klein ontbijtje opnieuw de bus richting het informatie centrum genomen. Gedurende de nacht had het flink geregend en eenmaal aangekomen stond er een bord dat de berg dicht was door het slechte weer. Net als de vorige dag weer de bus terug genomen en opnieuw de bus en een lift naar de lava grotten genomen. Deze keer waren ze wel open. De grotten bestonden uit drie delen, waarvan het middelste deel geopend was voor toeristen. Na een aantal trappen omlaag kwamen we uit in een redelijk donkere tunnel met hier en daar een aantal lampen en informatie-borden over het ontstaan van de grotten. Sinds 2007 staan deze grotten op de wereld erfgoed lijst van Unesco.

Ons hostel lag naast een winkelstraat, dus de laatste uurtjes voordat we terug moesten naar het vliegveld hebben we nog doorgebracht in deze straat. Eenmaal aangekomen op het vliegveld had onze vlucht 15 minuten vertraging. We gingen ergens op een bankje zitten, waar ik even het nieuws door ging nemen en Jaap in slaap viel. 15 minuten later wilde in naar de gate lopen om te vragen of onze vlucht al klaar was om te boarden, maar nog geen 5 meter van het bankje kwam ik de medewerkster tegen waar ik eerder aan gevraagd had of het onze vlucht was die vertraging had. De medewerkster vroeg of ik Mike was en dat we snel naar de gate moesten omdat het vliegtuig al klaar stond om te vertrekken. Na snel onze spullen gepakt te hebben werden we in een luxe privé auto naar het vliegtuig gereden.

In de week tussen Jeju en het vertek van
Jaap hebben we nog een aantal plaatsen bezocht, waaronder ook Mount Bukhansan. Deze berg ligt in het midden noorden van Seoul en heeft een hoogte van 836 meter. In tegenstelling tot Jeju was het op deze dag wel lekker zonnig en warm.

 

De eerste anderhalve maand

Omdat er tussen mijn vertrek en het in gebruik nemen van de blog nogal een tijdje voorbij is gegaan zal ik de highlights tot nu toe even benoemen.

De heenreis

De reis begon meteen lekker. Na bij aankomst op Schiphol nog even een broodje en een drankje te hebben gedaan met mam en pap schoof Jaap, een van mijn beste vrienden, ook nog even aan. Ik zou eigenlijk met twee andere jongens samen eerst richting Frankfurt vliegen, waar na een korte overstap een lange vlucht naar Seoul op de planning stond. Door storm in Amsterdam had het eerste vliegtuig echter vertraging, waardoor we onze overstap niet zouden halen. Een van de twee anderen had al eerder ingecheckt en was op een eerdere vlucht richting Frankfurt gezet. Ik en de tweede jongen waren hier echter te laat voor dus werden we uiteindelijk op een directe KLM vlucht gezet in de avond, een soort van upgrade dus. Dit betekende dat ik nog een extra middagje te besteden had in Nederland.

Al snel was een nieuw plan gesmeed. Mijn bagage kon ik ‘s middags al inchecken dus deze hoefde ik niet meer mee te slepen. Na een kort ritje richting de Paramaribostraat heb ik mam en pap na een kopje koffie (eigenlijk voor de tweede keer) uitgezwaaid. Vervolgens heb ik samen met nog een paar andere vrienden een laatste keer gedineerd.

De rest ging richting een feestje, en ik ging op mijn gemakje weer richting Schiphol. Ofja, dat was het plan. Nog even snel iets te drinken kopen bij de Appie en dan de tram richting Lelylaan was de gedachte. Het ov reed door de storm echter niet volgens de normale dienstregeling. Ook de volgende tram kwam niet. Na ongeveer twintig minuten te hebben gewacht kwam er toch een tram aanrijden. Eenmaal aangekomen op station Lelylaan had ik daardoor natuurlijk ook net de trein gemist. Uiteindelijk met nog 25 minuten te gaan op Schiphol aangekomen en naar de gate gerend.  Eenmaal in het vliegtuig bleek er nog een beetje extra vertraging te zijn waardoor ik dus eigenlijk tijd genoeg had gehad.

Maarja uiteindelijk na het opstijgen een van de meest relaxte vluchten tot nu toe gehad. Na aankomst in Seoul bleek de jongen die de eerdere vlucht had genomen nog op het vliegveld te zijn omdat zijn bagage zoek was geraakt, waardoor we dus toch met z’n drieën samen naar onze accommodatie konden reizen.

De eerste avond

Na een anderhalf uur durende trein en metro reis kwamen we rond acht uur aan op de plaats van bestemming. Het “huis” waar ik woon deel ik met 37 gezellige huisgenoten waarvan ongeveer de helft al voor ons aangekomen was. Vrijdagavond betekend weekend en dus feestjes pakken. Na snel alle bagage in mijn kamer te hebben gegooid kreeg ik meteen een flesje Soju in mijn handen gedrukt. Dit typisch Koreaanse drankje is overal te verkrijgen en het smaakt een beetje naar een lichte variant van wodka. Ook zijn er veel verschillende fruitsmaakjes te krijgen.

Na een gezellige kennismaking te hebben gehad gingen we vervolgens met de metro richting de wijk Hongdae. Ondanks dat de eerste bar de naam “Mike’s Cabin” droeg, was het niet helemaal Mike’s ding, dus rond twee uur samen met twee anderen een lekker goedkope taxi richting de wijk Itaewon. Hier was de muziek een stuk beter en uiteindelijk lag ik rond 8 uur ‘s ochtends in bed. Doordat het tijdsverschil op dat moment 8 uur was, ik de hele vlucht had geslapen en dus nog in mijn Nederlandse ritme zat, was het voor mijn gevoel pas 12 uur ‘s avonds.

De eerste week

Tussen de aankomstdatum en de datum van mijn eerste lesdag zat precies een week. In deze week heb ik flink de toerist gespeeld en al een behoorlijk deel van de toeristische trekpleisters bezocht. Neem bijvoorbeeld de pas net gebouwde, op dat moment nog niet officieel geopende, Lotte Tower. Deze toren is met 554 meter de hoogste in Korea. Ook een bezoekje aan de Namsan Seoul Tower kon niet uitblijven. Deze toren staat boven op een berg in het geografische midden van Seoul. De onderstaande foto is een panorama foto van één kant van de stad. Op de foto is dus nog niet eens de helft van de stad te zien, waaruit opgemaakt kan worden hoe enorm de stad is.

Tijdens het bezoeken van een wijkje met typisch Koreaanse
stijl liepen we voorbij het gerechtsgebouw. Hier was een groot aantal politiemensen op de been. Dit bleek te zijn voor een demonstratie van voorstanders van de inmiddels afgezetten president. In het wijkje zelf kwamen we toevallig terecht in het kleine atelier van een kunstenaar. De aardige man vroeg in gebrekkig Engels of we even wilde gaan zitten. Toen we eenmaal zaten begon hij ons na te tekenen. Later liet hij ons op zijn telefoon een groot aantal foto’s zien waaruit bleek dat veel mensen ons voor waren gegaan.

Iets anders wat natuurlijk belangrijk is om letterlijk te proeven is typisch Koreaans eten. In de wijk waar ik woon is het mogelijk om goedkoper buiten de deur te eten dan om naar de supermarkt te gaan en zelf iets te bereiden. Vooral groente, fruit en vlees zijn duur om bij het geringe aantal supermarkten te kopen. Vaak uit eten dus. Voor lunch staat gimbab vaak op het menu.
Dit is een rol van zeewier en rijst, gevuld met verschillende groente en soms vlees of vis. De lekkerste gimbab is te krijgen op de campus van mijn universiteit, waar de original variant 1500 won kost, wat omgerekend neerkomt op ongeveer 1,20 euro.

‘s Avonds staat vaak Grandma op de planning. Dit kleine eettentje heeft volgens mij geen naam, maar iedereen noemt het grandma omdat de uitbater een oud omaatje is die het leuk vind om voor iedereen te koken. Dat ze het doet omdat ze graag voor iedereen kookt blijkt wel uit de prijs; elke maaltijd kost 4000 won(3,60 euro), terwijl je na één gerecht altijd vol zit. Geen vetpot dus. Verder maakt grandma vaak een gratis extraatje zoals een kimchi met tofu stew. Het is in typisch Koreaanse restaurantjes ook gebruikelijk dat je gratis een extra bordje met bijgerechten kan pakken zoals extra kimchi, zwarte bonen, een soort kleine visjes, groente en mijn favoriet: fishcake. Momenteel heb ik geen foto van grandma, maar deze zal ik vanavond maken als ik we weer ga eten.

Skitripje

In 2018 in Zuid-Korea het gastland van de olympische winterspelen. In het weekend van mijn eerste lesweek ben ik met iets meer dan 100 mensen van dezelfde universiteit met de bus naar het Yongpyong Ski Resort gereden. Hier bevinden zich ook de olympische pistes voor de onderdelen waar ski’s aan te pas komen. Ik had zeven jaar geleden in een indoor hal één keer eerder op ski’s gestaan, dus het was praktisch de eerste keer skiën voor mij. De piste’s hadden elk een moeilijkheidsgraad gekregen: groen, blauw, paars of zwart met groen de makkelijkste en zwart de moeilijkste. Na een keer van de minst stijle groene piste te zijn gegaan had ik de smaak echter meteen te pakken. Al snel stond in op de blauwe en ‘s avonds op de paarse piste’s. Ook heb ik de eerste dag een zwarte geprobeerd maar hier ging ik het grootste deel op mijn kont naar beneden, geen slim plan dus.

De tweede dag ging ik een stukje skiën met een Zwitsers huisgenootje die skileraar is. Hij geloofde eerst niet dat het pas mijn tweede dag op ski’s was, en zei dat met mijn niveau de zwarte piste gewoon tussen mijn oren zat. De rest van de dag steeds moeilijkere piste’s gepakt, en net voordat de olympische zwarte piste’s sloten heb ik ze nog een keer geprobeerd. Helemaal gelukt! Eenmaal onder snel de ski’s weer ingeleverd want de bus stond op het punt van vertrekken.

En verder

In de afgelopen twee weken heb ik ook een deel van een marathon gerend en ben ik samen met Jaap, die twee weken op bezoek was, een paar dagen naar Jeju Island geweest. Hier zal ik echter een apart bericht voor maken

Annyeong Haseyo!

Na wat technische problemen toch het eerste bericht. Het idee van mijn blog is jullie met tekst en foto’s een indruk te geven van mijn avonturen in Azië. Ook staat op de pagina “Kaart” een kaartje met waar ik allemaal geweest ben en nog van plan ben naartoe te reizen de komende maanden.

Reageren is mogelijk aan het einde van elk bericht door op de titel van het bericht te klikken.